Gedragsneurowetenschappen: Hoorcollege 1: Dinsdag 13/02
Examen: 50 meerkeuzevragen (10 hoofdstukken) + giscorrec=e
Lessen worden niet opgenomen
Waarom hersenen en gedrag bestuderen?
1. Hoe de hersenen gedrag produceren is een van de grote wetenschappelijke vragen
2. De hersenen zijn een van de meest complexe organen op aarde en worde bij veel
diersoorten aangetroffen.
3. Een groeiende lijst van gedragsstoornissen kan verklaard worden en behandeld
worden naarmate onze kennis van de hersenen toeneemt.
1.1 KERNVRAAG
Hoe zijn de hersenen georganiseerd om gedrag te produceren (hoofdvraag)
3 benaderingen:
1. Hoe zijn hersenen en gedrag geëvolueerd in verschillende diersoorten?
Bv kijken naar de evolu=e hersenen en verbinding gedrag (fossielen), diersoorten
vandaag vergelijken, hersengrooUes vergelijken en te koppelen aan het gedrag.
2. Neuropsychologische benadering: Hoe verandert gedrag in mensen met
hersenschade of andere dysfunc=es van de hersenen?
Mensen verliezen heel wat func=es bij hersenschade, levert ons informa=e op
over de hersencellen, hoe werken ze als ze het wel nog goed doen?
3. Hoe zijn de hersenen gerelateerd aan gedrag van ‘normale mensen’?
Nieuwe technieken (FMRI) om hersenen te bekijken en welke hersendelen op welk
moment ac=ef worden. Dus hoe correleert het gedrag van de persoon met de
ac=viteit in de hersendelen.
• Kunnen dieren denken en voelen?
o We kunnen kijken in welke mate de werking van bepaalde diersoorten overheen
komt met hoe onze hersenen werken.
à Ar=kel: kree\en voelen wel degelijk pijn wanneer je ze kookt?
Wanneer ze pijn voelen komt er endorfine vrij
• Abortus:
o Mag de duur van de zwangerschap opgetrokken worden of niet?
o In welke mate is het zenuwstelsel al ontwikkeld op dat niveau? Is er al een gevoel
van pijn ontwikkeld?
• Hoe kunnen we het brein in ac=e zien?
o FMRI (later zien)
• Hoe herkennen onze hersenen muziek?
o Waarom zoveel interesse in muziek?
• Hoe leren we? (Andere vragen op slides)
1
, o Verandering van hersenen komt door de neuroplas=citeit (kunnen we
psychotherapie versterken door het brein te manipuleren). Al=jd als je iets
bijleert, veranderen je hersenen
o Neuroplas=citeit in hersenen zorgt ervoor dat je dingen kan verwerken en
opslaan.
o Niet langer medicijnen om klachten te onderdrukken, maar medicijnen om
psychotherapie te versterken à vb: medicijnen die dingen in brein veranderen
zodat de therapie beter zou werken
• Maken smartphones ons verslaafd aan dopamines?
o NeurotransmiUer die vrijkomt wanneer je melding krijgt op gsm, doet je craven
naar je smartphone?
o Betekent dopamine dat je verslaafd bent?
o Door no=fica=es zou een shot dopamine vrijkomen en zo verslaafd raken aan
telefoon (in media, niet bewezen) ‘maken smartphones ons verslaafd aan
dopamine’
Wisselwerking tussen hersenen en gedrag
Hersenen zijn een onderdeel van zenuwstelsel,
omringd door gebeente.
• Centraal zenuwstelsel:
o Zenuwstelsel in de schedel en ruggenmerg
• Perifere zenuwstelsel (aan de buitenkant)
o Omhulsel naar het lichaam toe
§ Autonoom zenuwstelsel (naar organen)
§ Enterische zenuwstelsel (naar de organen)
• Werking bestuderen voor verteringproces (2de brein genoemd)
§ Soma=sch zenuwstelsel
• Patronen in de =jd
o VB: gezang van vogel (elke ochtend) patroon in beweging van stembanden
• G= f(S)= Gedrag is een func=e van s=muli (formule in de psychologie)
o Psychologen gaan gedrag proberen te begrijpen vanuit de func=e die het hee\
o Gedrag niet op zichzelf van patronen van beweging zien, maar wel, in welke
context en wat zijn de gevolgen daarvan
o VB: nu noteren om daarna te kunnen blokken
2
, • Gedrag is hetgeen dat het dichts aanleunt bij de evolu=e en de selec=eve druk van de
omgeving.
• Gedrag is heel belangrijk, waardoor pijl teruggaat naar hersenen is omdat gedrag vaak
hetgeen is wat het dichtst aanleunt bij de evolu=e (selec=e van druk)
o Bepaalde gedragingen helpen bij de evolu=e van die gedragingen die overleven,
andere die verschillen.
§ Vb: leeuw zien, sommige angstreac=e (hogere kans om te overleven,
hogere kans om voort te planten) selec=eve druk hee\ dus te maken met
die gedrag.
§ Daarom leunt gedrag het dichtst aan bij evolu=e
• Wat moet er gebeuren met de vrije wil (in func=e van de hersenen)?
o Ook belangrijk in neurowetenschappen: Hebben wij vrije wil? Wat moeten we
ermee doen?
§ Belangrijk om te weten in welke mate hersenen zelf gedrag produceren
§ Hebben we vrije wil? Is ons gedrag biochemisch veroorzaakt door
hersenen en overkomt ons dat eigenlijk
§ Vanuit neurowetenschappen: hoe ver we weten hoe ver de hersenen
dingen produceren, in welke mate zijn we dan zelf nog de baas over wat
we al dan niet denken en doen of is alles geproduceerd door het chemisch
proces in de hersenen?
§ Zie filmpje les (skinnerbox):
• B.F. Skinner:
Ons gedrag is het effect in de omgeving waarin we ziUen, omgeving
controleert. Vrije wil is een fic=e, geloven in vrije wil om uitleg te geven
aan ons eigen gedrag.
Verwijst naar filosoof: “We believe in free will, because we know about
our behavior but not about its causes. And, of course, it is the object of a
science of behavior to discover causes and once you have found those
causes there is less need to a;ribute to an internal act of free will, and
eventually, I think, we need to a;ribute nothing to it.”
Zonder te zeggen we hebben geen vrije wil, zegt hij we hebben geen echte
oorzaken van het gedrag dus is een fic=e. Willen ons eigen gedrag
uitleggen.
o Gedrag hee\ te maken in welke omgeving we ziUen
o Welke beloning en straf die we al hebben ervaren
o Vrije wil is een fic=e: het is iets wat we ons zelf
wijsmaken om een uitleg te geven aan ons eigen gedrag
o Verwijst naar filosoof (zie citaat)
o Het is een illusie omdat we de echte oorzaak van ons
gedrag niet kennen
§ Illusies zoals drijfveren, mo=va=e… uitvinden om
het toch te kunnen verklaren
o Belangrijk bij strafzaken: vb verantwoorden of iemand
schuldig is, als je vrije wil hebt (ja of nee) anders niet
schuldig
3